Verslag tweede editie Klimmen tegen MS 18 mei 2012
foto7Hoopvol stonden we aan de start, iets voor 7 uur ‘s ochtends in Malaucène. Achtendertig mannen en vrouwen op fietsen, gekleed in het inmiddels bekende oranje-wit-zwart tenue van de actie “Klimmen tegen MS”. Wekenlang hadden we getraind, wekenlang hadden we geld ingezameld voor het Nationaal MS-fonds. En nu, op deze achttiende mei, een dag na hemelvaart, was dan het moment aangebroken waarop het zou gaan gebeuren. Vandaag gingen wij onze eigen hemel bestormen: de Mont Ventoux. Sommigen eenmaal, anderen wilden twee keer de berg op. Maar de meesten van ons zouden de berg drie keer gaan bestijgen. Eénmaal vanuit Malaucène, eenmaal vanuit Bédoin en eenmaal vanuit Sault.

Een aantal jaar geleden is een Fransman, Monsieur Pic, ons voorgegaan in deze missie. Gek als hij was op de berg, noemde hij zich “cinglé” dit woord duidt niet alleen op een afwijkende geestesgesteldheid, maar ook op de vele haarspeldbochten die je op de flanken aantreft. Voor de grap richtte hij de “Club des Cinglés du Ventoux” op. Iedereen die de berg driemaal op één dag, vanuit de drie genoemde dorpen bedwong, kon hiervan lid worden. Monsieur Pic werd lid nummer één. Wij waren van plan ons bij de club aan te sluiten vandaag. De 72 kilometer bergop die we daarvoor moesten trotseren, zouden wat doorzettingsvermogen vereisen. Maar wij werden geïnspireerd door de vrienden, kennissen en familie in Nederland, die getroffen zijn door de ziekte Multiple Sclerose. Want wie van het leven dit wrange geschenk heeft ontvangen, weet pas echt wat doorzetten is. Dus gingen wij vol moed en zonder mededogen in onszelf de Ventoux op, om aandacht te vragen voor MS, om geld in te zamelen voor onderzoek en facilitering van patiënten en om de machteloosheid van ons weg te trappen.
De Mont Ventoux? Dat is toch die1912 meter hoge berg in de Provence, bekend uit de Tour de France? Daar schijnt de zon toch altijd en heerst in mei toch al een behaaglijk temperatuurtje? Nou, euh ja, min of meer. Gedurende de hele week dat we bivakkeerden in onze uitvalsbasis Le Mas des Amarens hadden we dat weer. Op één dagdeel na. En dat was precies die 18 mei.

Om 7 uur ’s ochtends was het nog droog. Vandaar onze hoop. Toen dan ook het startschot van Susanne, een meefietsende MS patiënte, klonk, zijn we vol goede moed maar ook een brok in de keel op weg gegaan. Ieder in zijn of haar eigen tempo. Malaucène: het wordt beschouwd als een minder zware helling dan de legendarische klim die vanuit Bédoin vertrekt. Maar de meeste vinden hem minder prettig, omdat hele stukken een stijgingspercentage hoger dan 10 hebben. Gaandeweg de beklimming ging het echter regenen. Hoe hoger we kwamen, des te kouder werd het. Soms hield het op met regenen, maar gezien de temperatuur was het echt geen luxe. Een fiks bries blies ons tegemoet, toen we door de witte stenenmassa van de top de laatste 2 kilometer aflegden. Na 1 uur 50 kwamen de eerste boven. Een lichte ijsregen daalde over onze hoofden neer, terwijl de thermometer -1 aangaf.

We werden opgewacht door Edwin en Jan Pieter van de organisatie, die ons het allerbeste advies gaven, weg van de top. Dus doken we de dieperik in, richting Bédoin. Afdalen was geen pretje in dit weer, want de kou ging over in regen. Bibberend en bevend kwam we beneden, met de kramp in de vingers van het remmen. Bij de fietsenmaker, waar we een stempel voor de Cinglé-kaart kon krijgen, was het een drukte van belang. Steeds meer klimmers waren afgedaald en stonden verkleumd te beven. Iedereen had het over de helse tocht naar beneden, allen waren we een beetje radeloos. Sommigen waren weer vertrokken, in de wetenschap dat je weer opwarmt als je klimt. Opnieuw vol hoop. De goede moed werd al snel weer de bodem in geslagen. De lucht was diep en diep grijs. Bij het verlaten van Bédoin begon het pas echt met bakken naar beneden te komen. Ook van die kant was er geen verbetering te verwachten.
Dus: wat nu? Was dit een gewone fietstocht geweest, dan waren we waarschijnlijk terug naar le Mas de Amarens gefietst, hadden we een warme douche genomen. Onder het motto: morgen is er weer een dag. Maar we reden door, want dat deden de anderen ook. En ja: we wilde ons niet laten kennen. Vandaag was de dag, vandaag moest het gebeuren. Ik dacht aan Edwin, Cindy, Raymond, Susan en al die mensen uit die bijzondere vriendenkring die al maanden vol bezieling bezig waren geweest om dit evenement voor te bereiden en die erin geslaagd waren om ons een perfecte organisatie voor te bereiden. En aan al die mensen met MS, zij geven immers ook niet op, wie zijn wij dan? Als we wilden, konden we hier stoppen, maar zij konden hun ziekte niet zomaar opgeven. Zelfs in hun allerslechtste momenten moeten zij door. Moeten wij hier dan afstappen omwille van een beetje kou en regen? Geen sprake van. Er was afgesproken dat we vandaag zouden fietsen. Duizenden mensen hadden geld gedoneerd om ons te steunen, geïnspireerd door ons. We moesten door. Vergeet de heroïsche verhalen, het martelaarschap van Tommy Simpson, het gekoketteer met snelle tijden: hier was een taak te volbrengen. Het was zo vanzelfsprekend, dat we de uitkomst van onze overweging altijd al die tijd al wisten: we namen verantwoordelijkheid voor de afspraak die we waren aangegaan.
Op zes kilometer van de top, bij Châlet Reynard had de organisatie een permanence ingericht, waar we konden eten, drinken, droge kleren aantrekken en uitpuffen. Hier kregen we moed, ons ingesproken door Janina en Ronald, die namens het Nationaal MS-fonds onze verrichtingen kwamen aanschouwen. Maar we konden er niet opwarmen. Sommigen kozen voor de warme kachel in het restaurant, en bleven er een uur zitten. Een aantal kozen ervoor om verder te fietsen, de witte, kale berg op, waarvan de top inmiddels in dichte mist gehuld was. In de dikke grijze soep stonden Edwin en JP weer te wachten met een gelukkig en ook bezorgd gezicht. Ze zijn er, en ze gaan door, ze gaan voor het maximale. Er werd voedsel in ons gestopt, we kregen bemoedigende woorden en gingen weer op weg. We wilde best even kletsen, maar het was nog altijd te koud. Voor de tweede keer ging het naar beneden, nu richting Sault. De langste, maar meest geleidelijke afdaling. Maar het wegdek was slecht, het regende nog altijd en we raakte behoorlijk afgekoeld. Het leek alsof er geen einde aan zo komen. Het viel niet mee het stuur recht te houden, zo rilde we. Barmhartige Samaritaan Raymond Bothof van de organisatie had er post gevat. En zie, bij het uitrijden van Sault voltrok zich het wonder: het hield op met regenen. We durfde het eigenlijk niet te geloven. We hadden er aardig de sokken in op de terugweg omhoog naar Châlet Reynard. In de bossen zongen nachtegalen en hoorde we de koekkoek. Ondertussen was het wolkendek opengebroken.

Toen we bij de Châlet kwam, scheen de zon volop. We waren gelukkig, aangezien we de tocht nu in het mooie “Klimmen tegen MS”-pakje kon beëindigen. Weer gingen we de witte steenmassa op. Dit keer konden we uitgebreid genieten van het uitzicht over het Rhonedal en hadden we zelfs oog voor het monument van Tommy Simpson. De laatste drie kilometers waren lood- en loodzwaar. Per slot van rekening hadden we er al zeventig kilometer bergop opzitten. Eén voor één kwamen we binnen, met een vermoeide, maar hemelse lach op onze gezichten. Onder een uitbundig stralende zon die ons vertelde dat het goed was, maakten we een zachte landing in de armen van Edwin van Wijngaarden, op de top van de Mont Ventoux. Gevoel van geluk, ja, tranen van geluk, maanden van voorbereiding komen hier tot een climax.

In onze gedachten 17.000 MS patiënten, we konden en hebben iets met elkaar teruggegeven.
Alle deelnemers hebben de weergoden weerstaan en hun doel bereikt. Maar liefst 24 fietsers hebben op 18 mei 2012 de Ventoux driemaal bedwongen. Susanne was drie uur na het door haar gegeven startschot boven op de Ventoux, weer tranen, wat een overwinning..
We hebben er ’s avonds in de Mas des Amarens een lekker glaasje champagne op gedronken. En nog een. Alle deelnemers hebben elkaar gefeliciteerd: ineens stonden er 24 Cinglés du Ventoux in de Mas des Amarens. Het echte hoogtepunt kwam nog: Edwin van Wijngaarden mocht een cheque overhandigen aan het MS-fonds, met daarop een bedrag van 61.272 euro. Wat een succes! Nog nooit was er zo’n hoog bedrag in Nederland opgehaald met een actie voor het MS-fonds.