Klimmen tegen MS, 4e editie – de blog

Onvergetelijke dag op de Mont Ventoux voor ruim 800 deelnemers aan Klimmen tegen MS

09-06-2014 Mon Ventoux, Klimmen tegen MS
Het is tweede pinksterdag, 9 juni 2014. Een paar minuten voor zeven uur in de ochtend. Ik sta in Malaucène. Als ik vooruit kijk is er eigenlijk niet eens zoveel veranderd. Er staan een stuk of 40 fietsers voor me, klaar om onder de startboog door te fietsen. Op weg naar de top van de Mont Ventoux. 40 mannen en vrouwen, allemaal identiek gekleed. Een Oranje-zwart-wit peloton in die mooie wieleroutfits van FuturumShop. Dit voelt goed.De zoete geur van bananen dringt mijn neus binnen. Ik hoor mannen stoere grappen naar elkaar maken, toch klinken de stemmen net even iets te hoog en wat onzeker. In de groep mengt zich een gezonde spanning met nervositeit. Dan kijk ik achterom. Niet mijn gewoonte, ik kijk niet graag achterom. Nu zie ik het verschil. Een bijna oneindig lint van fietsers staat achter me. Zo ziet een groep van honderden fietsers er dus uit. Iedereen hoopte op mooi zonnig weer vandaag. ‘Be careful what you wish for’ schiet er onwillekeurig door mijn hoofd. De verwachte temperaturen zullen vandaag oplopen tot ver in de 30 graden. Veel fietsers hebben hun plan gewijzigd en staan in Malaucène aan de start in plaats van Bedoin of Sault.

Het aftellen begint ergens voorin en zwelt aan naar achteren. Er klinkt gejuich in de groep en er komt beweging. Onder de boog door. Applaudisserende mensen. Even zijn we één. De kracht van dit evenement. Verbinden. Samen. Samen voor een doel. Het raakt me….weer. Maanden van trainen zorgen ervoor dat ik vrij eenvoudig naar de kop van de groep fiets en er dan voorbij. Op een kleine reserve, 2 tandjes over, maar wel tempo draaien. De afgelopen maanden was het doel geld ophalen, vandaag is het doel de top. Sinds de editie van 2013 heeft het idee om deze legendarische berg 4 keer te beklimmen zich in mijn hoofd genesteld.

 

09-06-2014 Mon Ventoux, Klimmen tegen MSDe klim is fantastisch. Ik geniet er nog meer van dan het afgelopen jaar. Een geparkeerde auto. Een man en vrouw van middelbare leeftijd moedigen me aan. Niet veel later rijden ze me voorbij naar boven toe en na een paar bochten verder staan ze er weer. Opnieuw die aanmoedigingen. Dit herhaalt zich nog zeker vijf keer. Zij bewegen mij om te bewegen. Op de top is het rustig. Er is weinig te vergelijken met een bergtop in de vroege ochtendzon. Ik daal af en kom precies op tijd aan voor de start van de lopers in Bedoin. Ik stempel af en draai om voor mijn 2e beklimming. Fantastisch gezicht. Hardlopers, lopers, wandelaars, jong en oud, met en zonder MS gaan hun uitdaging aan. Ik zie een vrouw met 2 stokken lopen, haar typische loopje zegt mij genoeg. Bemoedigende woorden over en weer. Het bos door. De temperatuur loopt op naar onaangename hoogte. Ik probeer schaduw te pakken. Het weer eist zijn tol. Mensen stappen af en zoeken beschutting onder de bomen.

 

DSC_0007-compressedChalet Reynard. Wat een sfeer. Hier komt alles samen, de lopers en fietsers die met mij in Malaucène zijn gestart of in Bedoin en Sault. De menigte geeft me een onzichtbaar zetje. Langs het monument. Ik ben nog fris, neem mijn helm af voor Tommy. Dan de top. Druk en ook hier weer veel verhalen. Deze keer minder nerveus, ik hoor de opluchting er doorheen. Afdalen naar Chalet Reynard. Thomas maakt zich daar net klaar voor zijn 6 kilometer naar de top met zijn handfiets. Ik weet dat hij de aandacht vervloekt. Maar hier draait het om Thomas, aandacht voor MS en voor bewegen. Daar gaat hij. Het publiek juicht, klapt, moedigt aan. Verdomme, weer zo’n moment, ik zet mijn zonnebril op en daal af naar Sault. Ik check het zakje van mijn fietsshirt. Ik voel het plastic hoesje waarin mijn stempelkaartje zit. Ik ben op de helft.

Een ei. Zo voel ik me. Als een ei op een bakplaat. Het is inmiddels dik 40 graden en de weg vanuit Sault kent geen genade. Nergens schaduw. Nergens fietsers ook. Ben ik echt helemaal alleen? Vanuit mijn ooghoek zie ik een man met een camera in een lavendelveld. Wouter Roosenboom. Fotograaf. Ik ken zijn werk. Prachtige foto’s van de koers. Vandaag legt hij onze dag vast.

Een verzorgingspost, een van de vele. Water, een koek en bemoedigende woorden. Geweldig al die vrijwilligers vandaag die zich belangeloos inzetten voor de klimmers. Ik klim door en zet mijn helm af. Bind hem aan mijn stuur. Vervlogen tijden, renners zonder helm in een beklimming. Herinneringen aan vroeger, warme zomers en binnen zitten om de Tour te kijken.

Het scheelt. Ik voel me wat beter. Het nadeel van Sault is dat je de top niet ziet en dus geen idee hebt waar je bent. Achterom kijken heeft geen zin. Sowieso niet mijn ding. In het zadel en draaien, stoempen. Dit wilde je toch? Kom op dan. Wees blij dat je dit kan! Opnieuw bij Chalet Reynard, nog drukker dan de eerste keer. Ik fiets er langs en opnieuw al die mensen die me aanmoedigen. Nu heb ik weer zicht op de top. Ik hou van doelen. Daar is mijn volgende. Eenmaal boven neem ik even de tijd. Er zijn vrienden en bekenden hier. Allemaal de top gered, wat een prestaties. Ik heb er drie beklimmingen op zitten. Het is 3 uur ‘s middags.

Afdalen. Handen in de beugels, de zoete beloning na een lange klim. Genieten.

In Bedoin wissel ik van fiets. Ik pak mijn mountainbike voor de laatste beklimming, die over de Route Forestière. Inmiddels ben ik bijna alleen, de drukte is voorbij. Vreemd, het lijkt nog warmer dan een paar uur geleden.

Dit loopt niet lekker, dit is geen fietsen, dit is harken. Ik kijk naar links en zie ver boven me het weerstation op een bijna onoverbrugbare afstand. Zweetdruppels spatten uiteen op mijn bovenbenen. Waar begin ik aan? Waarom doe ik dit? Ik sleur me op mijn mountainbike, die minstens dubbel zo zwaar is als mijn racefiets, door het bos. Heel af en toe een afdaler die me succes wenst. Verder kom ik niemand tegen. Alleen mezelf. Er ontstaat een tweestrijd in mijn lichaam. Mijn benen willen wel, maar mijn hoofd niet. Precies het tegenovergestelde van iemand met MS realiseer ik me opeens.

Foto-Ivar-4-keerIk herpak mezelf en zie na 9 kilometer de afslag naar de Route Forestière. De omschrijving van deze route is wat vaag. De weg zou in slechte staat verkeren en deze route is op eigen risico. Wat volgen zijn 11 gruwelijke kilometers over losliggende stenen met stijgingspercentages tot 12%. Met nog 4 kilometer te gaan kom ik weer op de route vanuit Malaucène. Nu zie ik de top. In mijn lichtste verzetje zwalk ik van links naar recht en soms ook een beetje vooruit en omhoog. Om 19:38 ben ik boven. Ik merk dat ik mezelf niet echt meer onder controle heb en wring me uit mijn pedalen om er bij te gaan zitten. Niemand heeft me zien aankomen. Ik zie alleen maar ruggen. De ogen zijn gericht op de laatste deelnemers die vanuit Bedoin de top bereiken. Ik hoor gejuich en gejoel. Door de menigte zie ik haar aankomen, de vrouw met haar 2 stokken…