Image

Een man en zijn berg  “Fietsend leren omgaan met MS” 

Ieder jaar in juni fietst een grote groep mensen de befaamde Mont Ventoux op om op die manier geld in te zamelen en aandacht te vragen voor Multiple Sclerose (MS). Het gevecht dat de deelnemers op deze dag voeren op de gigantische Ventoux is een treffend symbool voor de gezamenlijke strijd om de ziekte te stoppen. Bovendien kan het sporten, en specifiek het fietsen, zelf ook helpen om met ziekte om te gaan. Dat werd me duidelijk in gesprek met Niels Vlaar, deelnemer aan Klimmen tegen MS en zelf MS-patiënt. Een verhaal over fietsen, en de rol die het speelt bij het omgaan met deze ziekte. Maar ook een verhaal over passie, en over de wat de ziekte kost, maar ook brengt.

Ik ontmoet Niels in een koffiehuis in Haarlem, in een van die vele hipstertenten die als paddenstoelen uit de grond schieten en waar je bestelling vanachter een volle baard wordt opgenomen, maar waar de espresso heerlijk is. Vanachter het raam zie ik hem aankomen rijden, op een oranje Orbea racefiets, die hij zorgvuldig tegen een lantaarnpaal in het slot draait. Hij ziet er op het eerste gezicht atletisch en slank uit. Het typische postuur van een wielrenner.

Vanachter mijn tafeltje zwaai ik, en het eerste dat me opvalt is zijn open houding en warme lach terwijl hij mijn groet beantwoordt. Wanneer ook Niels zijn cappuccino voor zich heeft staan, die met een geraas, gestamp en gefluit werd bereid alsof er een stoomlocomotief aan te pas moest komen, gaat het gesprek al snel over fietsen. Dat hij op zo’n prachtige fiets aan kwam rijden was geen toeval. De sport blijkt een grote passie.

Mijn echte liefde voor het fietsen,’ herinnert hij zich ‘is pas gekomen toen ik zelf op de fiets stapte. Dat was pas op mijn 25e. Een vriend had een fiets voor mij gevonden. Een fiets van Kees Raas, de broer van Jan Raas. Een CERA, mooie fiets, uit Zeeland. Mijn 1e tocht reed ik samen met die vriend. Een rondje Haarlem, Noordwijk, en weer terug. 70km. Dat was pittig. Ik kwam de trap niet meer op.

Niet veel later was ik voor het eerst in Limburg. Hotel de Kroon, in Epen. Daar deden we de Keutenberg. Dat was voetje uit de pedalen en naar boven lopen. Toen is echt mijn fietshart open gegaan. Ik dacht, dat gebeurt me niet nog een keer, de volgende keer ga ik het gewoon redden! Vanaf dat moment fietste ik alleen, in groepen, met vrienden, noem maar op. Ik fietste op een gegeven moment 6 tot 8 duizend kilometer per jaar.

 

Het fietsen is een passie waar je je volledig in kunt uitleven. Lange, slopende fietstochten over heuvels en bergen –dezelfde als waarop wielerlegendes je voorgingen-, door regen en storm als het moet. En het liefst net iets sneller dan een ander. Bij Niels was dat niet anders. ‘Als ik vroeger door iemand met een mountainbike werd ingehaald – als dat al gebeurde- dacht ik, hoezo ga jij mij voorbij?’ Vervolgens werd er net zolang doorgetrokken tot de situatie rechtgezet was. ‘Maar’, voegt hij er aan toe, ‘ik kan door mijn ziekte niet meer doen wat ik zou willen.’ En zo glijdt het gesprek vanzelf richting die ziekte.

Niels denkt terug aan de periode waarin hij een diagnose gesteld kreeg. ‘Toen ik geconfronteerd werd met MS was er al een veranderingsproces aan de gang geweest. In het begin van MS, niet toen de diagnose gesteld werd, maar een jaar of 7, 8 geleden. Achteraf gezien dan. Die hele kleine veranderingen merk je niet direct. Je denkt dat je slecht geslapen hebt, je neemt eens een kop koffie extra. Vage klachten.

Ik dacht 4 tot 5 jaar geleden nog dat ik een kerngezonde kerel was, en een half jaar later bleek dat niet zo te zijn. Zo ging ik destijds wel naar de dokter, ik krijg een pilletje, en dan is het klaar. Maar zo liep het niet. Over sommige dingen denk je controle te hebben, maar dan kom je erachter dat dat niet zo is. Waar ik bijvoorbeeld heel erg achter ben gekomen,’ besluit de Haarlemmer al reflecterend op die periode, ‘is dat je op je gezondheid geen enkel recht hebt.

 

Inmiddels heeft Niels de ziekte, en het leven zoals het daardoor is, geaccepteerd. Maar vanzelf ging dat niet. ‘Voordat je op het punt komt waar ik nu ben, daar zit een heel traject tussen. Het is een rouwproces – het leren omgaan met de ziekte- van wat je wel en niet meer kan.

Tijdens het revalidatieproces ben ik in contact gekomen met een medisch psycholoog, en die heeft me wel op het juiste spoor gezet. Hoe je omgaat met de basale dingen in het leven, wat wel en niet belangrijk is. Het rouwproces is essentieel geweest om alles te zien zoals ik dat nu doe. De fiets heeft daarin ook geholpen.

De laatste jaren heb ik me in voorbereiding voor mijn boek ‘Leven in cadans’ veel bezig gehouden met het effect dat fietsen kan hebben op je mentale gezondheid, maar toch verraste de laatste opmerking me wat. Ik vraag Niels hoe een eenvoudig instrument als een fiets in dat hele rouwproces een rol speelde. ‘Deels had ik die acceptatie van mijn ziekte al wel gevonden. Ik heb er veel baat bij om zoals nu in het leven te staan. Zo van, dit is het hier en het nu, dit zijn mijn familie, en vrienden, en het weer dat aan je gegeven wordt. Laat morgen en volgende week even voor wat het is.

Om daarbij op de fiets te stappen is heerlijk. Het fietsen is juist met het hier en nu bezig zijn. Fietsen brengt me veel, het doet me veel, het maakt me emotioneler, maar op een hele positieve manier. En ik kan het delen met goede vrienden. Zij schikken zich in mijn tempo, heerlijk. Als je fietste praat het ook makkelijk. Alleen als je wilt zeg je wat; ongemakkelijke stiltes zijn er niet want het is normaal om stil te zijn, het is natuurlijk.

 

Op deze manier was de oranje Orbea dus onderdeel van de transformatie die een paar jaar duurde. Een fiets als hulpmiddel om emoties te verwerken, in het hier en nu te zijn, en om een hechte band met vrienden te onderhouden. De transformatie heeft ook effect gehad op de manier waarop Niels vandaag de dag rondrijdt.

Als ik nu wordt ingehaald op de fiets, dan accepteer ik dat. Dan denk ik, prima. Wat voor mij nu belangrijk is, is dat ik beweeg, fit blijf. Dat ik in de natuur en buiten ben, en de sport kan beoefenen die ik fantastisch vind om te doen. Gisteren fietste ik naar pier van IJmuiden. Daar ga ik naartoe om echt te kunnen genieten van het koersen. Dan maar niet meer in een peloton rijden. Is een rondje met 30 gemiddeld nu echt zo belangrijk? Dat is niet meer belangrijk.

Het is een relativeringsvermogen waar menig plezierfietser nog wat van kan opsteken. Want hoeveel mensen rijden er wel niet rond, die onnodig risico’s nemen, weinig oog voor hun omgeving hebben, en alles op alles zetten om toch nog maar net 1 tiende kilometer per uur sneller te kunnen rijden dan een week ervoor (en de waarheid gebied me te zeggen dat ik hier zelf soms ook toe verleid wordt). Je kunt je afvragen waarvoor…

Er moeten soms toch erge dingen gebeuren om mensen over belangrijke dingen te laten nadenken, en ik denk dat dat met mij gebeurd is. Ik probeer steeds positief in het leven te staan, en de dingen die ik meemaak ook zo te ervaren. Kijk, het neemt me heel veel, MS, maar het geeft me ook veel. Nieuwe inzichten. Vooropgesteld dat ik het liever anders, niet had gehad. De mogelijkheid om te relativeren heeft het mij bijvoorbeeld wel opgeleverd.

 

Gedurende het hele gesprek verwonder ik me over de enorme positieve energie en de levenskracht die van de man tegenover mij afstraalt. En tegelijkertijd vraag ik me af waarom ik me daarover verwonder. Wat had ik dan verwacht? Misschien had ik een man verwacht die gebukt zou gaan onder zijn lot, als een uitgeputte renner op een berg waarvan het einde nog onbereikbaar ver weg ligt. In plaats daarvan tref ik iemand die in het leven staat en er een levensvisie op na houdt, waar ik –met mijn eeuwige getob en gespeculeer- van hoop dat ik er wat van leren mag.

Uiteindelijk zal MS,’ besluit Niels ons gesprek, ‘mits er een medicijn wordt gevonden, mij wel het einde brengen, dat is niet pessimistisch, negatief, maar realistisch. Dat is een ander perspectief. Ik kan er zoveel mogelijk aan doen. Gezond blijven, genieten van de omgeving, van mijn gezin, mijn vrienden, van dit soort gesprekken. Dat geeft maar aan dat ik hier nu ben, in het hier en nu. Natuurlijk, over 5 jaar zou ik dat en dat willen, over 10 jaar… je moet blijven dromen – maar het is belangrijk om te zijn waar je bent, en te genieten van nu. Daarom is het denk ik zo in lijn, mijn privéleven, en de fiets.

 

Martijn Veltkamp is psycholoog en sprak Niels Vlaar voor zijn nieuwe boek Leven in Cadans: Hoe je fietsend je geest verzorgt. Leven in Cadans ligt vanaf 20 april 2018 in de winkels.

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*